faq

Hoeveel tijd krijgen wij als OR voor het OR-werk?

Het aantal uren dat OR-leden per jaar vrijgesteld worden is per organisatie verschillend. In de WOR (artikel 18, lid 3) staat dat het aantal uren in overleg tussen bestuurder en OR worden bepaald. Het aantal uren moet voldoende zijn om het OR-werk redelijkerwijs tijdens werktijd te kunnen uitvoeren. Hoeveel ‘redelijkerwijs’ is, bepalen bestuurder en OR onderling.

 

Zo is hierop bijvoorbeeld van invloed:

 

  • of er een ambtelijk secretaris is aangesteld die veel werkzaamheden van de OR overneemt;
  • of er veel/weinig advies- en instemmingsaanvragen zijn;
  • hoe groot de OR is;
  • welke rol het OR-lid heeft. Meestal hebben de voorzitter en secretaris meer uur dan reguliere leden.

 

In de WOR staan wel een aantal minimale voorwaarden waar OR-leden in ieder geval recht op hebben:

 

  • Alle vergadertijd geldt als werktijd (inclusief tijd voor voorbereiding en verslaglegging). Dit geldt zowel voor de overlegvergaderingen met de bestuurder als onderling overleg. Omdat voorzitter en secretaris veel voorbereidend werk doen voor de vergaderingen, is hun werkbelasting hoger dan voor gewone leden.
  • Voor overige OR-werkzaamheden (dus naast de tijd voor de vergaderingen) geldt een minimum van 60 uur per jaar (zowel voor OR-leden als commissieleden). In sommige cao’s staat een hoger aantal uren.
  • OR-leden hebben minimaal recht op 5 dagen scholing per jaar. Commissieleden hebben recht op 3 dagen scholing. OR-leden die ook lid zijn van een commissie hebben recht op 8 dagen.
  • De bestuurder mag geen verschil maken tussen OR-leden met een vaste/tijdelijke aanstelling of met OR-leden met een fulltime of parttime aanstelling. Dat betekent dat leden die parttime werken evenveel uur krijgen als de fulltime medewerker in de OR.