nieuws

De luis in de pels: uitsluiting OR-lid

3 december 2018

Een OR kan belangen van collega’s op verschillende manieren behartigen. De OR als ‘luis in de pels’ van de bestuurder is een veelgehoorde kreet. De OR en zijn leden moeten natuurlijk kritisch zijn, maar wat te doen als een OR-lid het werk van de OR ondermijnt of meermaals de geheimhoudingsplicht schendt?

 

Karolina Dorenbos – Human scale law

 

Als een kandidaat door collega’s wordt verkozen, is hij lid van de OR. Dat lidmaatschap eindigt als het OR-lid ophoudt in de onderneming werkzaam te zijn. Ook het verstrijken van de zittingstermijn of het nemen van ontslag, beëindigt het OR-lidmaatschap. Daarnaast kan een OR-lid worden uitgesloten van werkzaamheden. Maar let wel: uitsluiting van werkzaamheden betekent niet automatisch een beëindiging van het lidmaatschap.

 

Art. 13 WOR: Uitsluiting OR-werkzaamheden

Alleen de kantonrechter kan een OR-lid uitsluiten van werkzaamheden. Dat kan voor alle of een gedeelte van de werkzaamheden. De kantonrechter kan bovendien bepalen het OR-lid uit te sluiten voor een bepaalde periode of voor de resterende zittingstermijn van de OR.

 

Verschil bestuurder en OR

Zowel OR als ondernemer kunnen zo’n verzoek tot uitsluiting doen. Er is wel een verschil: de ondernemer kan dit alleen als het OR-lid het overleg tussen hem en de OR ernstig belemmert. Het verzoek van de OR is ruimer en is van toepassing op ernstige belemmering van álle OR-werkzaamheden.

 

Toetsing

Een verzoek tot uitsluiting wordt niet snel toegekend. Allereerst moet het betrokken OR-lid worden gehoord over het verzoek. Bovendien stelt de kantonrechter hoge eisen aan de feiten die ten grondslag liggen aan een uitsluitingsverzoek. De toets ‘ernstig belemmeren’ wordt niet eenvoudig doorstaan.

 

Een voorbeeld: ernstige belemmering

De feiten die centraal staan in de beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant van 29 januari 2015 zijn een voorbeeld van ‘ernstig belemmeren’. De OR van de gemeente Eindhoven verzocht om uitsluiting van een OR-lid omdat hij (1) de samenwerking met de OR ondermijnde door openlijk gemaakte afspraken af te vallen; (2) het geheimhoudingsbeding had geschonden door vertrouwelijke informatie van de OR met derden, waaronder vakbond, te delen waardoor de positie van de OR negatief werd beïnvloed; en (3) weigerde met de OR in overleg te treden. Hij wilde alleen instemmen met een mediation nadat de OR excuses zou hebben gemaakt.

Kantonrechters zijn over het algemeen terughoudend bij toewijzing van een uitsluitingsverzoek. In deze zaak oordeelde de kantonrechter echter dat de OR voldoende had onderbouwd dat sprake was van ‘ernstige belemmeringen’ en sloot het OR-lid voor de rest van de zittingsperiode van de OR uit.

 

Een brug te ver

Het Hof Arnhem-Leeuwarden was recent een ander oordeel toegedaan over een uitsluitingsverzoek. Hoewel Rechtbank Noord-Nederland op 18 juli 2017 over deze kwestie nog bepaalde dat het OR-lid moest worden uitgesloten, achtte het Hof deze ultieme sanctie een brug te ver.

 

Onacceptabele houding en gedrag

Het OR-lid was overduidelijk niet tevreden met de directie. Volgens het OR-lid zouden directie én mede-OR-leden onbetrouwbaar zijn. Ook hield het OR-lid zich stelselmatig niet aan de ‘spelregels’ voor het OR-overleg. Hoewel meermaals hierop door de directie en de andere OR-leden gewezen, trok hij zich hier weinig van aan. Ook liet hij zich discriminerend uit over een IT-medewerker met een getinte huidskleur. Hierop lieten zowel directie als OR het OR-lid weten zijn houding en gedrag onacceptabel te vinden en niet meer met hem te willen vergaderen. De kantonrechter sloot het OR-lid uit voor alle OR-werkzaamheden voor de resterende duur van de zittingstermijn. Hiertegen ging het OR-lid in beroep.

 

Het Hof denkt er anders over

Het Hof Arnhem-Leeuwarden was het niet eens met de eerdere uitspraak van de kantonrechter en hief vervolgens de uitsluiting op. Reden hiervoor is dat de sanctie van uitsluiting alleen mag worden toegepast als het niet (meer) anders kan. Ook vindt het hof een uitsluiting van het OR-lid voor alle werkzaamheden voor de resterende zittingstermijn te ver gaan.

 

Laatste waarschuwing is noodzakelijk

Hoewel het hof begrijpt dat de houding en het gedrag van het OR-lid verstorend zijn voor het overleg tussen OR en bestuurder, had het OR-lid moeten worden gewaarschuwd over de gevolgen bij volharding van houding en gedrag. Het OR-lid was zo’n duidelijke laatste waarschuwing niet gegeven. En voor een verstrekkende sanctie als uitsluiting is noodzakelijk dat een OR-lid weet wat de gevolgen zijn van een bepaalde houding en gedrag. Let op: het verplicht horen van een OR-lid voordat een uitsluitingsverzoek wordt ingediend, telt nadrukkelijk niet als laatste waarschuwing, aldus het hof.

 

Conclusie

Een OR-lid uitsluiten als hij of zij in vergaderingen onderling of met de bestuurder de orde verstoort of anderszins het werk van de OR opzettelijk en herhaaldelijk verstoort of belemmert, is mogelijk. Maar de drempel is hoog. Van ernstige belemmering is pas sprake als er een aannemelijke mate van obstructie van de werkzaamheden van de OR is gedurende een langere periode, als gevolg waarvan het overgrote of grootst mogelijk deel van de OR nog weigert met het betrokken lid samen te werken. En zelfs dan is uitsluiting geen vanzelfsprekendheid. Doorslaggevend voor het slagen van een uitsluitingsverzoek zijn vaak de aanvullende omstandigheden, zoals schending van geheimhouding of het in twijfel trekken van integriteit van mede-OR-leden.

 

Tweede kans?

Ook is van belang dat het OR-lid in kwestie de kans krijgt zich te verbeteren en in ieder geval moet worden gehoord over hetgeen is voorgevallen en aanleiding geeft voor een uitsluitingsverzoek. En tenslotte moet het OR-lid duidelijk worden gewaarschuwd over de gevolgen van het volharden in zijn of haar gedrag, namelijk uitgesloten worden van OR-werkzaamheden.

 

OR-reglement

Hoewel niet verplicht, is zeker aan te raden in het OR-reglement bepalingen op te nemen over hoe een verzoek tot uitsluiting tot stand moet komen. Zo kan worden bepaald dat voor een besluit van de OR tot het indienen van een uitsluitingsverzoek bij de kantonrechter een gekwalificeerde meerderheid van stemmen vereist is. De opmaat naar zo’n besluitvormingsproces biedt het OR-lid in kwestie de mogelijkheid gebruik te maken van de ridderlijke route: het zelf nemen van ontslag in het geval de OR het vertrouwen in hem of haar heeft opgezegd.

 

In een serie van blogs belicht mr. Karolina Dorenbos, advocaat bij Human scale law, aan de hand van de actualiteit wettelijke en bovenwettelijke rechten en acties van de ondernemingsraad. Als voormalig toegevoegd lid van de Centrale Ondernemingsraad van ABN Amro ten tijde van de overname van de bank in 2007, heeft Karolina unieke kennis en ervaring die zij inzet om ondernemingsraden en ondernemers bij te staan.