nieuws

OR-lid stapt naar rechter en krijgt compensatievergoeding

24 september 2018

Een OR-lid van de ondernemingsraad van de Politie te Apeldoorn, stapte naar de rechter om een compensatievergoeding voor haar werkzaamheden voor de ondernemingsraad op te eisen. Haar collega’s, die fulltime bezig waren met het medezeggenschapswerk, kregen deze compensatievergoeding voor misgelopen salaris voor overwerk en verschoven diensten wel. Omdat dit betreffende OR-lid maar 75% van haar tijd aan het medezeggenschapswerk besteedde, kon zij geen aanspraak op de vergoeding maken, aldus de bestuurder. In principe was de rechter het hier mee eens. Echter, de leidinggevende van het OR-lid had haar al per mail toegezegd dat ze wel de vergoeding zou krijgen. Het OR-lid beriep zich op het vertrouwensbeginsel en zo kwam de bestuurder hier toch niet meer onderuit. Zo bleek onlangs uit uitspraak van Rechtbank Gelderland.

 

Ondernemingsovereenkomst

De afspraken over de vergoedingen voor het OR-werk hebben de OR en bestuurder vastgelegd in de Ondernemingsovereenkomst Ondernemingsraad Bedrijfsvoeren (OOB). Er zijn verschillende compensatievergoedingen afgesproken, die corresponderen met de hoeveelheid tijd die iemand aan de OR besteed. Het OR-lid is officieel 75% van haar tijd werkzaam in de OR en de COR. Omdat ze daarnaast nog werkzaamheden in commissies verricht, betuigt ze voor 100% met medezeggenschapswerk bezig te zijn. Maar omdat ze dit niet met documenten kan bewijzen, slaagt dit argument niet.

 

Vertrouwensbeginsel

De direct leidinggevende van het OR-lid had haar per mail echter toegezegd dat ze aanspraak kon maken op de vergoeding. Daarmee had de teamchef een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging gedaan. Het belang van het OR-lid weegt zwaarder dan het financiële belang van de bestuurder, en dus heeft het OR-lid alsnog recht op de vergoeding, aldus de rechter.